Artikelen door Priscilla Docter-Agteres

Zomervakantie

COLUMN

Ik moet eerlijk zeggen dat ik er niet zo enorm op zat te wachten. De zomervakantie, weer iedereen thuis. Maar nu het eenmaal zover is en de “alle kinderen thuis door Corona” periode al maanden geleden lijkt, zie ik er stiekem wel weer naar uit.

Even niets moeten
Wat moeten we vaak toch veel als moeders zijnde. Gymtassen, speelafspraken, sporten en zwemlessen. Ondertussen nog opruimen, eten koken, tranen drogen, huiswerk maken en niet te vergeten de was! Daarom is de vakantie zo lekker, even niks moeten. Met iedereen thuis om je heen en weinig tijd voor jezelf dat dan wel weer. Sommige moeders veranderen in een compleet animatie team tijdens de vakantie en houden hun kinderen constant bezig. Ik ben van mening dat het goed is als ze zich soms vervelen. Daar krijgen ze niets van. Net als ruzie maken dat hoort er gewoon bij in een vakantie. Chagrijnig zullen ze ook zijn. De bedtijden zijn vaak wat later en daar moeten ze vooral in het begin even aan wennen. 

Enkele voorbeelden uit de praktijk

Vervelen
Pleegzoon Finn komt demonstratief bij me staan. “Ik verveel me en jij moet met mij spelen”. Ik antwoord: “ Ik zie dat je het vervelend vind dat je je verveeld maar ik ga niet met je spelen”. Ondertussen pak ik de bak playmobil en zet die op de grond voor hem. Demonstratief met zijn armen over elkaar blijft hij op de bank zitten. Dit houdt hij een kwartier vol en vervolgens speelt hij de hele middag samen met de andere kinderen met de playmobil. Missie geslaagd.

Ruzie
Vanaf het moment dat ze hun ogen open doen is er ruzie. Het maakt niet uit met wie, op welke locatie of om welke reden. Ze verzinnen elke keer een reden om ruzie te maken. Ook maakt het niet uit of ik nu kalm, boos of verdrietig reageer. Vandaag is het thema “ruzie maken” bij de kinderen.

Geduld
Ik begon vol goede moed deze morgen. Ik heb al 2 kinderen geduldig behandeld terwijl ze niet wisten welke kleren ze aan moesten. Vervolgens heb ik geduldig gereageerd op het feit dat de chocoladepasta op was en dat de nodige reacties gaf. Ook geduldig gebleven toen er een speelafspraak werd afgezegd waardoor pleegdochter Demi in tranen uitbarstte. Ook geduldig gebleven toen onze pleeghond was weggelopen en ik de hele buurt af kon zoeken. Uiteindelijk bleek hij opgesloten te zitten in onze schuur. Toen bij het avondeten de kritiek op mijn (bij 32 graden!) bereide maaltijd werd gegeven was het op. Gewoon hartstikke op, mijn geduld. Ik snauwde dan eten jullie maar niets stond op van tafel en ben lang op de wc gaan zitten. Om verdrietig te zijn om mijn boze uitbarsting en om weer tot rust te komen. Om vervolgens een welgemeend “sorry” te zeggen tegen de ineens super lieve en gehoorzame kinderen.

Wees lief voor jezelf 
Lieve moeders leg de lat niet te hoog voor jezelf deze zomervakantie. Wees lief voor jezelf. Droom niet te veel over lang uitslapende, gezellig spelende en altijd vrolijke kinderen. De altijd geduldige, lieve luisterende, beschikbare moeder zijn lukt je vast ook niet. Wees lief voor jezelf dan kun je ook lief zijn voor je gezin. Weet dat je geliefd bent en dat er een Hemelse Vader is die elke dag alles geeft wat je nodig hebt als je er om vraagt. Alles ligt bij Hem klaar om jou en je gezin een fantastische zomervakantie te bezorgen. En het allerbelangrijkste weet dat je elke keer weer opnieuw mag beginnen bij Hem. Hij ziet het elke dag weer met jou en je kinderen zitten.

Fijne zomervakantie supermoeders geniet ervan! 

Geschreven door: Amy* (41). 20 Jaar getrouwd met Collin. Ze hebben drie “eigen” kinderen Joy (18) Nicky (16) en Joël (14) en drie pleegkinderen Demi (7), Finn (4) en Faya (3). Ze doen nu 13 jaar aan crisisopvang met de mogelijkheid om te blijven als de kinderen niet terug naar hun eigen ouders kunnen.

*= Alle namen zijn gefingeerd en zijn, vanwege privacyredenen, alleen bekend bij de redactie.

Andere columns van Amy

Koken met Esther

Nieuwe schoenen

COLUMN

Zwart. Zijn lievelingskleur is zwart. Alles moet zwart. Als hij het voor het zeggen had moest de muur in de woonkamer nog zwart… maar dat heeft hij gelukkig niet, dus die muur blijft gewoon helderblauw. Het is weer tijd voor nieuwe schoenen, zijn voeten groeien op dit moment enorm snel. Ik kijk alvast op internet en er is genoeg te vinden in het zwart, maar ik kijk ook altijd even door naar zwart mét een andere kleur. Meestal vindt zoonlief dat wel goed. Hij komt naast mij zitten en kijkt met mij mee. ‘Zoiets wil ik wel’, hij wijst naar een paar bontgekleurde schoenen, waar geen zwart op te bekennen is. Verrast kijk ik hem aan. ‘Weet je het zeker?’ Hij knikt van wel. Na nog wat speurwerk is hij er uit. Hij kiest de witte schoenen met blauw, rood en groen.

Een paar dagen later is de dag dat die schoenen bezorgd gaan worden. Hij kan niet wachten tot ze er zijn. Ik heb avonddienst en mijn ouders passen op. In mijn pauze kijk ik gauw even op mijn telefoon, maar geen berichtje over nieuwe schoenen. Ik moet wachten tot ik thuis ben om te horen of ze aan zoons verwachtingen voldoen. Het is bijna half twaalf als ik thuis binnen stap. De jongens slapen natuurlijk al een tijdje, want morgen moeten ze weer naar school. Ik klets nog even met mijn ouders over hoe alles is gegaan en ik vraag naar de schoenen. ‘Ja die zijn binnen’ antwoordt mijn vader, ‘hij wilde ze niet meer uit’. ‘Dús ik zei: dan doe je dat toch niet,’ valt mijn moeder hem bij ‘dan hou je ze vannacht aan’. Dat had zoonlief een heel goed idee gevonden…

Nu ken ik mijn puberzoon en ik vermoed dat hij het inderdaad geprobeerd zal hebben. Toch is met schoenen aan in bed liggen niet echt comfortabel, dus waarschijnlijk staan ze nu op zijn nachtkastje. Als mijn ouders weg zijn ga ik naar boven. Met mijn telefoon op camerastand sluip ik zijn kamer binnen. Zachtjes trek ik de deken iets op zij… En ja hoor, twee bontgekleurde voeten, maat vierenveertig, steken onder de deken vandaan. Ik schiet in de lach, zachtjes dan… en ik maak snel een foto die ik in de groepsapp zet. Al snel krijg ik een berichtje terug: ‘Je hebt bijzondere jongens.’ Dat heb ik zeker. GOD heeft humor en Hij besloot vast dat ik daar ook wel wat meer van kon gebruiken toen hij hen aan mij toevertrouwde.

COLUMN & ILLUSTRATIE DOOR ESTHER MUL

Aanbevolen columns

Koken met Esther

Liegen

COLUMN

“De leugen is nog steeds een leugen, zelfs als iedereen het gelooft. De waarheid is nog steeds de waarheid, zelfs als niemand het geloofd.”

Ik heb van de week schoenen voor pleegzoon Finn van marktplaats gehaald. Ik heb aan de verkoopmevrouw gevraagd of de schoenen er nog net zo mooi uitzagen als op de foto. “Jazeker!” was haar antwoord. Toen ik de schoenen binnen kreeg waren de neuzen helemaal versleten. Ik gaf dit aan bij de verkoopmevrouw en ze gaf op haar beurt aan dat ik dat had kunnen verwachten bij jongens schoenen. Ik had de neiging om weer terug te reageren, maar ik kon geen nette vriendelijke woorden bedenken.

Liegen… niet de waarheid vertellen, de waarheid verdraaien of de waarheid overdrijven. Mijn oma zei altijd: “doe wat je zegt, dan lieg je niet”. We leren onze kinderen dat het niet goed is dat liegen. Zelf hebben we er ook een afkeer van en doen we het als volwassen nooit. Maar is dat eigenlijk wel zo….

Snoepjesdief
Ik ben boven de was aan het opvouwen pleegzoon Finn is alleen beneden. Ik hoor een verdacht geluid en luister boven aan de trap. Ja hoor, mijn vermoeden klopt. Ik hoor de deksel van de snoeppot open en weer dicht gaan. Ik wacht heel even totdat ik zeker weet dat hij zijn buit, of verstopt, of doorgeslikt heeft. Dan loop ik de trap af. Een uitgelezen kans om de eerlijkheid van dit kleine, lieve, ondeugende mannetje te testen. 

“Ik denk dat je een snoepje hebt gepakt.” zeg ik. Twee bruine verbaasde ogen kijken mij aan. “Hoe weet je dat.” zegt hij nog steeds vol verbazing. “Ik weet alles.” LIEG ik. Vervolgens doet mijn zoon er nog een schep bovenop door te zeggen dat er overal camera’s hangen. Zo die steelt voorlopig geen snoepjes meer. Probleem opgelost. Ik besluit na een tijdje toch maar eerlijk te zeggen dat ik de snoeppot open en dicht hoorde gaan. En dat snoepjes stelen echt niet mag. Daarover liegen mag al helemaal niet. 

Geld gestolen 
Er is geld weg uit de la. Geen miljoenen maar een paar euro. Ik vermoed dat de “dief” onder de acht jaar is. Toch doe ik mijn rondje langs alle kinderen om te vragen wie het gepakt heeft. Niemand geeft toe. Niet in woorden, maar ik aan het gezicht wie het heeft gedaan. Pleegdochter Demi zit er duidelijk mee. Toch blijft ze liegen en het ontkennen. Ik besluit haar er een nachtje over te laten slapen en het tot de volgende dag af te wachten. 

Zodra mijn man is vertrokken naar zijn werk komt ze naar me toe. “Sorry” zegt ze. “Ik durfde het niet te zeggen waar papa Collin bij was.” De tranen stonden in haar oogjes. En bij mij eerlijk gezegd ook. Na een goed gesprek met papa Collin waarin hij zei dat hij het fijn vond dat ze uiteindelijk toch eerlijk was geweest, straalde de opluchting van haar gezichtje. De consequentie een paar weken geen zakgeld snapte ze helemaal en vond ze zelf ook verdiend.

Liegen het mag niet maar we doen het zo makkelijk. En dan bedoel ik niet de enorme grote leugens. Maar juist de hele kleine leugens.

Confronterend en leerzaam 
Ik loop na het schrijven van deze tekst in het park met de hond. Ik zit vandaag niet zo heel lekker in mijn vel en heb niet lekker geslapen. In het park bij ons loopt een vrouw. Ze praat altijd met iedereen en heeft de neiging om dan vooral over anderen te praten. De verhalen die je met haar deelt vergroot ze uit of verdraaid ze. Ze LIEGT veel. “Goedemorgen”, groet ze mij. “Goedemorgen”, groet ik terug. “Hoe is het met je, je ziet er moe uit.” Zegt ze. “O, ja? Het gaat hartstikke goed hoor.” LIEG ik. 

Nog een lange weg te gaan voor mij!  

Geschreven door: Amy* (41). 20 Jaar getrouwd met Collin. Ze hebben drie “eigen” kinderen Joy (18) Nicky (16) en Joël (14) en drie pleegkinderen Demi (7), Finn (4) en Faya (3). Ze doen nu 13 jaar aan crisisopvang met de mogelijkheid om te blijven als de kinderen niet terug naar hun eigen ouders kunnen.

*= Alle namen zijn gefingeerd en zijn, vanwege privacyredenen, alleen bekend bij de redactie.

Andere columns van Amy

Koken met Esther

Als het stil is boven…

COLUMN

‘We zijn onze kamers aan het schoonmaken.’
Jij denkt misschien: ‘wauw, ik zou willen dat mijn puberzonen dit ook zo spontaan uit hun zelf zouden doen.’ 
En je vraagt je vast af hoe vaak ik per dag voor mijn kinderen bid, dat ik zo gezegend ben met zulke voorbeeldige jongens.
Ik zal je uit de droom helpen: Ik dacht totaal wat anders toen die twee dit naar beneden riepen.
Zeker toen er één ook nog eens tape kwam halen…

‘Wat voeren ze nu weer in hun schild?’ Dat was wat ík dacht.
En ja hoor, na twintig minuten werd ik mee naar boven gesleept om te zien dat er een glas water op z’n kop op de klep van de wc stond… serieus!
En om te ontdekken dat mijn slaapkamerdeur dicht getaped was en mijn bed vol lag met stripboeken en foam-pijltjes (die normaal gesproken in speelgoedpistolen moeten). 
Ze hadden zo 2 bakken leeg gekiept, met ladingen stof en al.
Waar mijn kussen was gebleven… geen idee.
Terwijl ik mijn net verschoonde bed, opnieuw van een nieuw onderlaken voorzie, denk ik: ‘dag één van de vakantie, nog een heleboel dagen te gaan…’

Maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat die pubers ook helpen met klusjes in huis en regelmatig aankomen met een leuke verrassing: zoals een zelfgebakken appelflap met een grot glas thee. Ze wéten waar ze hun moeder blij mee maken.
Ze zijn ideale neven voor hun kleine nichtjes, die graag met hen spelen.
En vorige week hadden ze nog uitgebreid gekookt voor hun opa en oma.
Dus, ja ik ben wel echt gezegend met mijn jongens, ondanks de streken die ze uithalen. 
Ja en ik bid heel vaak voor ze… dat helpt zeker! Dan dank ik GOD voor zulke goede zonen en ik geef ze dan steeds opnieuw terug aan Hem. Ik zegen hen en ik hoop en bid dat ze op zullen groeien tot sterke mannen in GOD.

Hun leven is niet altijd makkelijk en o, wat zou ik omstandigheden soms anders wensen voor hen. Dan rouw ik om wat ze verloren hebben. Maar daarnaast is het een troost dat, als ik al die moeilijkheden aan GOD geef, Hij ze aan neemt en het tot iets goeds gaat gebruiken.
Op momenten dat ik dat letterlijk zie gebeuren, dan kan ik me erin berusten dat het leven van mijn kinderen niet altijd een kalme reis is. En dan kan ik GOD echt danken, ook midden in een nieuwe storm.

COLUMN & ILLUSTRATIE DOOR ESTHER MUL

Aanbevolen columns

Koken met Esther

Moedergevoel of de Heilige Geest

COLUMN

‘Hoe komt het eigenlijk dat jij mij het beste kent van iedereen?’ vroeg mijn zoon van net twaalf me laatst. Verbaasd vroeg ik waarom hij dat wilde weten. Hij zei: ‘Nou, als ik iets heb gedaan, dan weet jij dat altijd, hoe kan dat nou? Je ziet het vaak geen eens.’ Goede vraag, en eigenlijk is het best wel tegenstrijdig. Want vaak zeg ik tegen mijn kinderen dat ik geen gedachten kan lezen zodat ze zelf leren zeggen wat er is.

Terwijl ik nog naar woorden zocht, voegde mijn zoon er nog iets aan toe: ‘En laatst vertelde je dat van dat batterijtje.’ Ah, nu begrijp ik het, dacht ik, maar dit vraagt om een heel ander antwoord en ik weet eigenlijk niet precies waar moederinstinct eindigt en de Heilige Geest begint.

Laat ik beginnen met het verhaal over het batterijtje. Toen mijn tweede kind klein was, had hij op een dag een hoortoestelbatterijtje in zijn mond gestopt. Ik stond een paar meter bij hem vandaan met de rug naar hem toe, maar op de een of andere manier wist ik plotseling dat ik mijn vinger in zijn mond moest doen. Zonder erbij na te denken, viste ik het batterijtje nog net op tijd uit zijn mondje en half huilend dankte ik God dat hem zoveel leed bespaard werd.

Veertien jaar later zie ik dit nog steeds als een moment waarop ik me echt geleid voelde door God om iets te doen. En in de jaren daarna heb ik dat noodgedwongen meer en meer geleerd. Een van mijn kinderen heeft autisme en adhd. Toen ze jonger waren en buiten ging spelen, kwam er negen van de tien keer binnen een kwartier iemand de tuin in om te vertellen dat er iets niet goed ging. Meestal liet ik ze dus in de tuin spelen zodat ik erbij kon blijven, maar op een gegeven moment werden ze daar echt te oud voor en moest ik leren loslaten. Maar hoe doe je dat? Ook als je kind buiten je gezichtsveld is, blijf je als moeder verantwoordelijk, word je als moeder verantwoordelijk gehouden.

Ik leerde bidden: ‘Heer, U bent erbij als ze buiten spelen. Ik wil me niet constant opgejaagd en angstig voelen over wat er gebeurt als ik bij de jongsten blijf. Wilt U het mij duidelijk maken wanneer ik moet ingrijpen?’ Tot mijn opluchting gebeurde het regelmatig dat ik zomaar, out of the bleu, dacht: ik moet even gaan kijken, en kon ik een situatie vóór zijn, of ingrijpen, of uitleggen hoe iets zat zodat ze daarna weer samen verder konden spelen. Langzaam ontspande ik wat.

Maar is dit verhaal wat mijn zoon als antwoord op zijn vraag wilde horen? Moet ik hem nu vertellen over het werk van de Heilige Geest of over mijn liefde voor hem en de tijd die we samen door hebben gebracht? Ik koos voor het laatste en zei hem: ‘Ik leerde jou al kennen toen je nog in mijn buik zat. Je schopte als je iets leuk vond, of juist niet. Je reageerde op mijn stem en op die van pappa en de anderen. Toen je geboren werd, leerde ik je manieren van huilen kennen. Ik was er steeds bij, bij alles wat je deed en zo leerde ik jou heel goed kennen. Dus nu kan ik het vaak aan je zien als er iets is, of als je heel blij bent of juist verdrietig.’ En voegde er toch nog aan toe: ‘Maar ik kan geen gedachten lezen. Ik zie niet alles en ik heb het ook wel eens mis. Daarom bid ik ook veel voor jou en soms geeft God me ineens een idee. Zoals toen met dat batterijtje bij je broer.’ 

Geschreven door: Ineke Marsman-Polhuijs (43) is getrouwd en moeder van vijf kinderen waarvan ze er vier nog hier op aarde heeft. Ze is Neerlandicus, singer-songwriter, blogger, auteur en boekvertaler. Haar passies zijn zingen en muziek maken, schrijven, studeren, mensen verder helpen en tijd doorbrengen met God. Van haar hand verscheen het boek Als er niets meer klopt over geloven in het dal, waarin ze vertelt wat het overlijden van haar nog ongeboren dochter met haar geloof deed. Ook schreef ze het bijbelstudieboek Zichtbaar. De lessen van Daniël.

Aanbevolen columns

Koken met Esther

Voordeur kind

COLUMN

Het blijft lastig om aan een vier, vijf en zevenjarige uit te leggen wat het inhoud om een pleegkind te zijn. Ze willen het liefst gewoon “normale” kinderen zijn. En vaak zijn ze dat ook normale kinderen in een normaal gezin. Maar soms komt het toch naar voren dat we toch echt wel een gewoon, bijzonder gezin zijn. Dat zet ons weer even terug in de werkelijkheid. En daar moeten we toch onze weg in gaan vinden. In die gewone, bijzondere werkelijkheid.

We zitten op de bank. Ik en “mijn” twee meiden. “Ik wil een baby.” zegt pleegdochter Faya. “Ja!” bevestigd pleegdochter Demi” een baby uit jouw buik.”

Ik vertel deze dames dat dat echt niet gaat gebeuren. Er hebben genoeg kinderen in mijn buik gezeten. Onze zoon Joel was het spectaculaire slotstuk. Bevallen is nu niet echt mijn talent. Twee van de drie keer is het veranderd in een drama. Ik ben blij dat deze pleegkinderen gewoon via de voordeur mijn wereld in kwamen. Niks geen pijn, moeite of zwangerschapskwaaltjes. Nu brengen die voordeur kinderen wel weer hele andere problemen met zich mee, maar dat is een ander verhaal.

Faya kijkt me aan met een verbaasde blik. “Ik kom toch ook uit jouw buik.” Aan twee blauwe oogjes vertellen dat ze een “voordeur kind” is valt niet mee. Ik breng het natuurlijk iets anders. Ik leg haar uit dat ze uit de buik van haar mama komt. “Dat wil ik niet” zegt ze boos. “Ik wil weer baby worden en uit jouw buik komen.” 

Het maakt niet uit of ze door de voordeur komen of uit mijn buik. Het voelt zo vertrouwd deze kinderen. En ook al komen ze niet uit mijn buik ik hou ontzettend van ze. Ik voel echte mama liefde voor ze.

Pleegdochter Demi is buiten in het park naast ons huis aan het gymmen. Ik loop langs met onze hond. Ze ziet me en zet het op een rennen. Zo de gymles uit. “Mama” roept ze en ze vliegt me in de armen. Ik voel me trots en blij.

Ja, ik voel gewoon pure mama liefde voor deze voordeur kinderen. Pure, echte mama liefde en of het nu wel of niet mag, dat kan me niets schelen. Ik kan niet anders en ze verdienen het. En deze voordeur kinderen geven aan deze mama echte kinderliefde. Alsof ze zo uit mijn buik komen.

Ik ben geroepen om van ze te houden. Het is Zijn plan met mijn leven. En ook voor hun leven heeft Hij een plan. Ik zie er naar uit hoe dat vorm gaat krijgen. Hier en daar zie ik al talent ontwikkelen, en kleine stukjes hemel op aarde. Wat een voorrecht is het om moeder te zijn van kinderen die door Hem gemaakt, geliefd en gewild zijn. En of ze nu door de voordeur of uit mijn buik komen dat maakt voor Hem niets uit.

Geschreven door: Amy* (41). 20 Jaar getrouwd met Collin. Ze hebben drie “eigen” kinderen Joy (18) Nicky (16) en Joël (14) en drie pleegkinderen Demi (7), Finn (4) en Faya (3). Ze doen nu 13 jaar aan crisisopvang met de mogelijkheid om te blijven als de kinderen niet terug naar hun eigen ouders kunnen.

*= Alle namen zijn gefingeerd en zijn, vanwege privacyredenen, alleen bekend bij de redactie.

Ook leuk om te lezen

Koken met Esther

Wees in geen ding bezorgd…

COLUMN

Oké eerlijk? Ik moet hier nog aan werken. En niet dat ik om kom in de zorgen hoor of dat ik niet op God vertrouw. Ik weet zeker dat Hij alles in Zijn hand heeft. Dat heeft Hij mij al zo vaak laten zien. Alleen soms…..

Kijk, nu heb ik natuurlijk ook zes kinderen. Zes kinderen die allemaal hun eigen dingen hebben. Zes kinderen om je zorgen over te maken. Mijn oudste zoon is pizza bezorger op een elektrische fiets. Hij scheurt de straten door om de allersnelste te zijn. Dat is toch best gevaarlijk! En dan mijn dochter. God heeft haar beeldschoon gemaakt. Maar dan al die jongens… ik vind het helemaal niets. En dan mijn jongste zoon lukt dat allemaal wel op school. Maakt hij het zich er niet te gemakkelijk van af? Genoeg redenen om je zorgen te maken toch?!

En dan gaan we nog een stapje verder onze pleegkinderen. Heeft U dat wel goed Heer, dat wees in geen ding bezorgd. Moet er niet achter staan behalve als je pleegkinderen hebt. Pleegkinderen die agressieve verslaafde ouders hebben. Ouders die hun afspraken niet nakomen. Die deze kinderen kwetsen bewust of onbewust. Je weet nooit van tevoren hoe een bezoekregeling gaat lopen. Situaties genoeg om je zorgen over te maken toch?

Wees in geen ding bezorgd. Het lukt me niet. Maar als ik verder lees, lees ik het volgende. Leg al uw zorgen bij Hem neer, want Hij heeft hart voor u. Dat staat in 1 Petrus 5:7. Nou, zie je wel… ik ben niet de enige die zich toch nog stiekem zorgen maakt. Waar het om gaat is dat als je het toch per ongeluk doet, jij je zorgen bij Hem neer mag leggen.

“Mama, ik vind het zo spannend om in de klas te zingen, ik ben bang dat dan alle kindjes naar mij kijken.” Pleegzoon Finn lijkt me aan. Ik wil hem zeggen dat hij zich geen zorgen hoeft te maken (wees in geen ding bezorgd gaat mij ook zo lekker af). Maar ik bedenk me. “Zullen we samen je zorgen bij God brengen? Dan zorgt Hij er voor,” zeg ik. Hij knikt en samen bidden we.

De volgende dag vraag ik hem hoe het ging. “Het ging goed hoor. Het maakte me niets uit dat iemand keek. De juf zei dat ik mooi kon zingen.” 

Ik ga het doen. Mijn zorgen aan Hem geven. En niet pas als de zorg zich ontwikkeld heeft tot een mega groot probleem. Want zo gaat dat in mijn hoofd. Ik zal een voorbeeld geven. Mijn zoon is dus pizza bezorger. Ik denk als hij maar goed uitkijkt. Een half uurtje later is hij in mijn gedachten al aangereden, en schrik ik als de telefoon gaat. Mijn kleine zorgen gedachte, heeft zich in mijn hoofd ontwikkeld naar een heel groot probleem. Mijn kleine zorg is getransformeerd naar een grote zorg. 

Het werkt echt. Je zorgen mag je bij Hem brengen Hij geeft je rust en vrede en heeft alle dingen in Zijn hand.Grote zorgen, kleine zorgen, gekke zorgen, rare zorgen en ja, zelfs pleegzorgen 😉

Geschreven door: Amy* (41). 20 Jaar getrouwd met Collin. Ze hebben drie “eigen” kinderen Joy (18) Nicky (16) en Joël (14) en drie pleegkinderen Demi (7), Finn (4) en Faya (3). Ze doen nu 13 jaar aan crisisopvang met de mogelijkheid om te blijven als de kinderen niet terug naar hun eigen ouders kunnen.

*= Alle namen zijn gefingeerd en zijn, vanwege privacyredenen, alleen bekend bij de redactie.

Ook leuk om te lezen

Koken met Esther

Nepmama

COLUMN

Ik zit volop in een crisis hier… de identiteitscrisis. De vader van onze pleegdochter Demi (7) krijgt een baby. Of nou ja, niet hij natuurlijk, maar zijn nieuwe vriendin. Reden voor Demi om er volop mee bezig te zijn, hoe het nou allemaal zit. Al die pleeg- en stiefvaders en moeders, half broertjes en zusjes van Demi, ik moet eerlijk zeggen dat ik soms ook door de bomen het bos niet meer zie. Maar goed, het ging haar vandaag er vooral om hoe het tussen haar en mij zat. Natuurlijk val ik officieel in de categorie pleegmoeder, maar wat hou ik ontzettend van dit meisje. Alsof het mijn eigen kind is. Meteen bekruipt me een schuldgevoel want ze is natuurlijk al een kind van haar echte moeder. Maar toch voel ik zo’n moederliefde voor deze lieve schat. 

Ik probeer haar uit te leggen hoe het zit, zonder mijn gevoel, emotie en gedachten op haar te leggen. Het woord buikmama valt, en is net zo’n naar afstandelijk woord als pleegmama. Het omschrijft zo niet hoe wij ons voelen. Ik weet zeker dat haar ‘buikmama’ super veel van dit lieve kind houdt. Ik zie Demi denken.. ze probeert deze ingewikkelde situatie voor haar overzichtelijk te maken.

Het duurt even, maar dan komt ze naar me toe, krijg ik een hele dikke knuffel en zegt ze: “jij bent mijn allerliefste nepmama.” Dus dat ben ik nu. Een nepmama. Een nepmama die het allemaal zo echt voelt. 

Mijn dochter zei laatst zo mooi dat ze nooit ervoer dat ik haar en haar broers anders behandelde dan mijn ‘nepkinderen’. We ervaarden dit allebei als iets moois en waardevols. Want deze ‘nepkinderen’ verdienen een echte mama (papa, broers en zussen) die onvoorwaardelijk van ze houden en voor ze door het vuur gaan. Die ze liefhebben zoals mama’s dat kunnen. 

Ik open mijn mail en ik zie een mail van de buikmama. Of Demi behoefte heeft aan wat babyfoto’s van haar in de tijd dat ze nog bij haar buikmama woonde. Ik glimlach. Deze nepmama en buikmama gaan knetterveel van dit lieve meisje houden, samen met elkaar en ieder op ons eigen manier gaan we haar liefde geven zoals alleen mama’s dat kunnen.

Onvoorwaardelijke liefde. Dat is iets wat we onze pleegkinderen als eerste leren. Je mag er zijn. Je bent geliefd. Je bent gewild. Ook al willen of kunnen je aardse ouders niet voor je zorgen. Er is een hemelse Vader die ontzettend veel van je houdt. 

Hoe belangrijk is het dat ik me als moeder dat ook besef. Ondanks al mijn fouten, grote en kleine. Het maakt niet uit. Mijn hemelse Vader houdt van mij. Ik mag er zijn. Mijn identiteit hangt niet af van wat mensen van mij vinden. Of ik goed of fout doe. Want ja, ook super mama’s maken fouten 😉  Maar ik mag er zijn omdat Hij van mij houdt. Onvoorwaardelijk….

Wat een waardevol iets om zelf te mogen ervaren. En om uit te delen binnen je gezin en de mensen om je heen. 

Lieve mama’s: je mag er zijn, je bent geliefd en je bent gewild. Juist als het even niet zo lekker gaat. 

Geschreven door: Amy* (41). 20 Jaar getrouwd met Collin. Ze hebben drie “eigen” kinderen Joy (18) Nicky (16) en Joël (14) en drie pleegkinderen Demi (7), Finn (4) en Faya (3). Ze doen nu 13 jaar aan crisisopvang met de mogelijkheid om te blijven als de kinderen niet terug naar hun eigen ouders kunnen.

Het leven van Amy is spectaculair, gezellig, bijzonder, maar toch ook weer gewoon. En ze vindt het ontzettend leuk om hierover te schrijven, dus vanaf nu zie je èèn keer in de maand hier een blog van haar verschijnen. En daar zijn wij super blij mee!

*= Alle namen zijn gefingeerd en zijn, vanwege privacyredenen, alleen bekend bij de redactie.

Aanbevolen columns

Koken met Esther

God bestaat echt!

COLUMN

“’Nu weet ik het zeker, GOD bestaat echt’ zei hij!” Het enthousiasme van de tienerleider spreekt boekdelen. Wat hij zegt klinkt me als goede worship-muziek in mijn oren. 
Elke ‘goed’ christen-moeder wil dit toch horen over haar puber- zoon/dochterlief?

Hij zit naast mij in de auto. We zijn onderweg naar huis en ik vraag mijn oudste zoon subtiel naar hoe zijn avond was. Ik wil het spectaculaire verhaal van hem zelf horen. “Oh het was wel leuk.”
Dít ga je me niet aan doen, denk ik. En voorzichtig vraag ik door.
Uiteindelijk vertelt hij luchtig dat er tijdens de tieneravond werd gevraagd of er iemand was voor wie er gebeden mocht worden. Hij had die middag een blessure opgelopen aan zijn knie en wilde daar wel voor laten bidden.

Een beetje beschaamd zegt hij: “ik had eerder gebeden dat ik niet weet of GOD wel echt bestaat.”
De pedagogische christenmoeder in mij moet hem gelijk even laten weten hoe goed het van hem was om dat tegen GOD te zeggen en dat hij best mag twijfelen.
Maar ik moet mijn mond weer houden, want hij gaat verder:
“Vanavond heeft Hij mijn knie genezen toen er iemand voor bad.” Nog steeds klinkt hij alsof hij vertelt hoe zijn standaard schooldag ging.
Maar ik juich…. stilletjes van binnen dan. Vooral niet té enthousiast doen.

Na het gebed was er tijd voor getuigenissen geweest en na enig aandringen was zoonlief naar voren gegaan en vertelde het hele verhaal aan de groep.
De volgende morgen gaat het wonder nog even door. Puberzoon staat al eerder dan ik helemaal klaar voor de kerk…! ‘t Enige is; dat we door hem toch nog bijna te laat kwamen, omdat hij niet kon kiezen welke bijbel hij mee wilde nemen…

Ik ben blij. Niet omdat hij zo goed is, of omdat ik het zo goed heb gedaan. Helemaal niet. Ik schiet vaak genoeg te kort. 
Mijn ideaal plaatje is dat ik regelmatig met mijn zonen aan tafel de meest diepgaande en open geloofsgesprekken heb. De realiteit is dat ik vaak wat af stuntel als ik probeer iets duidelijk te maken. Soms maakt 1 van de 2 er nog een grap over ook… 
Maar soms pakken ze het, ondanks mijn gestuntel, toch goed op.

Pubers en geloven in GOD… ik dank GOD regelmatig dat het Zijn kinderen zijn en niet de mijne. Ik heb ze ‘maar te leen’.
Het stelt mij heel vaak gerust, want dat betekent dat de jongens GODs verantwoordelijkheid zijn. Een verantwoordelijkheid die ik Hem maar wat graag geef.
Ik doe mijn best, GOD doet de rest.

Zoonlief is geen über-christen geworden na die avond. Feitelijk is er uiterlijk gezien niks veranderd. En die zondagmorgen was een eenmalige actie. Nu klaagt hij weer als vanouds als hij ‘zo enorm vroeg’ zijn bed uit moet.
Als ik heel eerlijk ben denk ik dat dat wonder meer voor mij bedoeld was, dan voor hem.
Als een soort geruststelling van onze hemelse Vader voor deze soms beetje-bezorgde-christenmoeder.

COLUMN & ILLUSTRATIE DOOR ESTHER MUL

Aanbevolen columns

Koken met Esther

Wat een saai leven!

COLUMN

Werkelijk…. degene die durft te beweren dat een leven met pubers saai is, nodig ik graag uit voor een discussie.
Echt, ik meen het hoor.
Al moet ik wel zeggen dat ik mezelf soms ook weer opnieuw moet overtuigen. Want blijkbaar krijg ik het voor elkaar om het zo nu en dan te vergeten.

Neem nou van de week, tijdens het sjouwen van een veel te grote tas boodschappen. Ik zit in mezelf te klagen hoe saai mijn leven eigenlijk is. ‘Is dit nou alles?’ is de vraag die door mijn hoofd rondjes blijft draaien.
Ik ben maar een gewone moeder, met een gewoon uiterlijk, gewone hobbies en gewoon werk. Ik heb wél minder gewone talenten, maar daar heb ik gewoonweg niet altijd tijd of inspiratie voor.
Alles is gewoon zo… gewoon…
En gewoon is saai.

"Mam, suc6 met binnenkomen 😜"
Onderschrift foto WhatsAppgroep

Als ik zo loop te denken, dan ben ik eigenlijk in gesprek met GOD. Klagen en dankbaar zijn kan best samen heb ik gemerkt.
En ook dat GOD werkelijk luistert… zelfs naar onzinnig geklaag. Want heel eerlijk gezegd, heb ik het niet slecht. Totaal niet eigenlijk.
Maar op dit moment vind ik van wel.
Die te zware tas komt met een harde plof op de bodem van mijn kofferbak terecht.
Terwijl ik de achterklep dichtklap open ik whatsapp op mijn telefoon.
Mijn oudste puber zit met vage verkoudheidsklachten netjes thuis, volgens de regels van het RIVM.
Het is net half tien in de ochtend geweest en hij is nu al klaar met zijn schoolwerk.
Dat beloofd wat. Niet veel goeds, of wel wat goeds, het kan allebei.
Ik zie dat hij een foto heeft geplaatst in de groepsapp van de familie.
Op de foto zie ik mijn voordeur, gebarricadeerd met tientallen doosjes met mondkapjes a 50 stuks.
Onder de foto staat: ‘Mam, suc6 met binnenkomen’. En daarachter zo’n emoji met z’n tong naar buiten.

‘Ah bah! Die rommel, daar heb ik nu écht geen zin in’ zucht ik.
Ik zie mezelf al met die mega zware boodschappentas in de ene hand en sleutels in de andere hand, de deur open moeten duwen met mijn schouder. Om me vervolgens een weg te moeten banen tussen al die omgevallen doosjes door.
En wel op zo’n manier dat de doosjes niet beschadigen, want ik moet ze nog retour zenden (vráág me er niet naar…!).
Maar terwijl ik in de auto stap, krult mijn mond zich tot een brede grijns. Het kwartje valt.
Hoezo is mijn leven saai? Hoe heb ik dat ooit kunnen bedenken? ‘Bedankt GOD, voor het herinneren’ zeg ik hardop.
Ik start de auto en kijk naar de digitale cijfers op mijn dashboard.
Kwart voor 10 ondertussen, ik heb nog elf uur de tijd om zoonlief terug te pakken.

COLUMN & ILLUSTRATIE DOOR ESTHER MUL

Aanbevolen columns

Koken met Esther